REISVERSLAG ARAGON – PYRENEEËN 2019
Dag 1. Bottelare – Fresnay-l’Évêque
27 Juli 2019
We vertrekken thuis om 20u. Het is héél rustig op de snelweg A1, richting Parijs en als we 3u later de Périphérique oprijden lijkt de lichtstad uitgestorven. We hebben het zelden zo rustig meegemaakt, alhoewel dit als een zwart weekend wordt aangemerkt op de verkeerskalender. Het relatief late uur zal er ook wel iets met te maken hebben zeker…
We rijden tot Fresnay-l’Évêque en zoeken ons een slaapplaatsje op de Service Area (benzinepomp) van Val Neuvy. Het is ondertussen reeds na middernacht en we duiken ons bed in…
Dag 2. Fresnay-l’Évêque – Villeneuve-de-Marsan
28 Juli 2019
We zijn vroeg wakker en vertrekken om 8u naar het 500km verder gelegen Monbazillac. We rijden direct naar het Château de Monbazillac, onze vaste plaats om het zoete goud te kopen. We proeven de verschillende jaren maar blijven toch bij onze favoriet, de 2011. We hebben geluk en kunnen de laatste 12 flessen kopen, een topjaar waar we al jaren fan van zijn. We krijgen er nog een fles 2014 gratis bij. We kopen ook nog wat flessen bij chateau du Haut Pezaud, bij Belgische eigenaars.
We rijden naar het 15km verder gelegen middeleeuws plaatsje op de grens van Dordogne met Lot et Garonne, Issigeac. We verkennen het leuke historische ronde centrum en bezoeken het Bisschoppelijk Paleis van Sarlat, het Maison des Têtes en het Maison Champignon.
We keren terug naar Monbazillac. Er is daar vanavond een Marché gourmand nocturne en wij gaan die met een bezoek vereren. We eten gegrilde hesp aan ‘t spit met aardappelen en groenten voor 8,5€/pers. We zitten tussen de lokale mensen en genieten ervan.
We rijden dan via leuke binnenwegen naar Villeneuve-de-Marsan en slapen op de gratis camperplaats aan het Avenue de Stade. Leuke plaats. We maken nog een wandeling en kruipen dan maar onder de wol.
Dag 3. Villeneuve-de-Marsan – Jaca (Spanje)
29 Juli 2019
We rijden via binnenwegen naar Amou in de Landes. We verkennen het dorp en rijden dan naar Orthez, een gemeente in het Franse departement Pyrénées-Atlantiques aan de rivier de Gave.
De geschiedenis van Orthez is ongeveer in de 11e eeuw begonnen, in de Romaanse tijd. Van het kasteel van de burggraaf is de tour Moncade een overblijfsel. De versterkte Pont-Vieux dateert uit de dertiende-veertiende eeuw. De stad werd in 1569 ingenomen door de protestanten en geplunderd.
Hoewel Orthez een vrij grote plaats is, leeft het hoofdzakelijk van de veeteelt en de wijnbouw.
We rijden nu naar Navarrenx, één van de “Les plus beaux villages de France”. Aan het begin van de 14e eeuw werd de stad gebouwd als een vestingstad, zoals blijkt uit de rechthoekige planning van de wegen. In 1538 werd de stad versterkt en werd het een echt fort tegen Spaans Navarra en de Franse Soule met zijn wallen van meer dan anderhalve kilometer lang (geclassificeerd als een historisch monument), zijn bastions en andere militaire gebouwen.
In de late namiddag rijden we naar Jaca, aan de voet van de Pyreneeën, via de tunnel de Somport die ruim 8 kilometer lang is. Zo verlaten we Frankrijk en komen aan de Spaanse kant van de Pyreneeën. We parkeren ons op de gratis camperparking (gelukkig was er nog één plaats vrij), installeren ons en wandelen naar het centrum. De kathedraal van Jaca is het belangrijkste monument van de stad. Deze kathedraal dateert uit de elfde eeuw. Van daaruit lopen we naar de burcht. Ciudadela. Deze werd gebouwd tussen 1595 tot 1690, heeft een fort op iedere hoek en is pentagonaal gebouwd. In de tuin die rondom de citadel is gelegen lopen herten vrij rond.
Het is reeds donker als we terugkeren naar onze camper. Jaca bevalt ons wel. We praten nog wat na en gaan dan maar slapen.
Dag 4. Jaca – Roncal
30 Juli 2019
We rijden via de A1205 naar Santa Cruz de la Serós, een klein dorpje, dat enkel interessant is omdat het de toegangsweg naar het schitterende San Juan de la Peña is. Het complex (gebouwd in 920) ligt diep verscholen in de bergen en was een van de belangrijkste kloosters in Aragon in de middeleeuwen. De kerk op twee niveaus is gedeeltelijk uitgehouwen in de steen van de grote klif die over de fundering hangt. Ook is het de laatste rustplaats van de eerste drie koningen van Aragón.
Het klooster is gebouwd onder een enorme rots en de tweede verdieping bevat een koninklijk pantheon van koningen van Aragon en Navarra. Het bevat de rustplaatsen van de volgende koningen van Aragón: Ramiro I, Sancho Ramírez en Peter I van Aragon en Navarra
De legende zei dat de kelk van het Laatste Avondmaal (Heilige Graal) naar het klooster werd gestuurd voor bescherming en preventie door de islamitische indringers van het Iberisch schiereiland.
Na de brand van 1675 werd een nieuw klooster gebouwd. Het is hier, aan het “nieuwe” klooster dat we moeten parkeren. We betalen 7€/pers en nemen dan de shuttle bus (elke 30′) naar het 1,5km dieper gelegen Old Monestary (bus en parking zijn in het ticket inbegrepen). Aan het oude klooster is geen parkeergelegenheid.
We lopen hier een hele tijd rond en zijn overdonderd van de schoonheid en de spectaculaire ligging van het Monestary. Dit is een hoogtepunt voor liefhebbers van romaanse kunst, architectuur en middeleeuwse geschiedenis.. Indrukwekkende plaats!
We rijden dan naar Abbey of San Pedro de Siresa, een klooster in de Valle de Hecho, (Aragon, Spanje). Het werd gebouwd tussen de 9e en 13e eeuw en is het meest noordelijke klooster in Aragon. Als we er aan komen is de abdij echter gesloten en kunnen we ze dus enkel van buitenaf bekijken. Wel de moeite.
We wandelen nog wat in het (uitgestorven) dorp en rijden dan verder naar Ansó langs de prachtige A-176. De valleien Ansó en Hecho zijn de meest westelijke valleien van de Alto Aragón en behoren tot de mooiste van de Aragonese Pyreneeën. Ter bescherming tegen de winter zijn in de dorpen de stenen huizen dicht tegen elkaar aan gebouwd. Typerend voor de regio zijn de leistenen platte daken met grote schoorstenen. Het landschap is indrukwekkend met prachtige kalksteen massieven, onderbroken door steile klippen en vooral mooi als je hogerop komt. Ansó is een Middeleeuwse dorpje. Met huizen van steen en hout. En smalle straten die bestaan uit zwerfkeien.
Onze volgende bestemming op de lijst is Roncal, het kaasdorp. De kaas wordt gekenmerkt door het feit dat hij op ambachtelijke wijze uit rauwe schaapsmelk, stremsel en zout wordt gemaakt en heeft een ronde vorm, ruwe randen en een natuurlijke harde korst.
We plaatsen onze camper op de gratis Parking Roncal-Erronkari, rustig en vlakbij het dorp. We installeren ons en verkennen het dorp. Klein, maar toch wel mooi. We proeven de soorten Roncal-kaas en kopen er uiteindelijk toch weer één. Restaurants zijn hier bijna niet te vinden, dus eten we maar in onze camper (kaas en worst). Fijne dag…
Dag 5. Roncal – Valpalmas
31 Juli 2019
We slapen wat langer en na het ontbijt vertrekken we naar Agüero om de Mallos de Riglos, verticale rotswanden van soms wel 900 voet (300m) hoog, te verkennen. Het voorgebergte van de Pyreneeën loopt tot de Ebrovallei en kent grote verschillen in klimaat, fauna en flora. Het landschap wordt gedomineerd door kloven gebieden en imposante rotsen, waaronder de Mallos de Riglos, een van de meest bijzondere en mooie natuurverschijnselen in Spanje. Er zijn 2 grote secties van deze Mallos, één in Agüero en één in Riglos en we bezoeken ze allebei.
We rijden van Agüero naar Valpalmas om de Aguarales de Valpalmas te verkennen. Het gebied is niet groot, maar wel leuk. Mooie formaties wisselen elkaar af met zeer merkwaardige geologische vormen, veroorzaakt door watererosie. Er zijn twee gemarkeerde routes, de eerste binnenin de formaties en een tweede langs de buitenkant en erboven. In een uur hebben we ze beide gedaan. Het bezoek is gratis.
Omdat we hier alleen staan (niemand gezien tijdens de duur dat we er waren) gaan we hier blijven overnachten. Het is om 20u nog steeds 30°C, dus steken we onze douchesproeier buiten en douchen in open lucht. Lekker.
Dag 6. Valpalmas – Albarracin
1 Aug 2019
We vertrekken naar Albarracin, 250km dieper in Aragon en parkeren ons 3u later op de Aparcamiento de Albarracin. Dit is een reuze parking vlakbij het Tourist Office. We krijgen een stadsplan van de onvriendelijke dame en gaan Albarracin verkennen. Wat een mooie stad,
De Catedral del Salvador uit de 13de eeuw pronkt op de Plaza Mayor, de hoogste plek van het dorp. De eerste kerk verving omstreeks 1200 de Moorse moskee.
In volle stadscentrum is ook de tijdens de 17de eeuw gebouwde Iglesia de Santiago te bewonderen en aanpalend prijkt de Torre de Doña Blanca, die aanvankelijk een klein fort was. Het stadhuis werd in de 16de eeuw opgetrokken. Het is één van de meest kleurrijke gebouwen van het dorp en is gebouwd in een vorm die wat weg heeft van een hoefijzer. Het gebouw palmt vrijwel de helft van het plein in.
We genoten van de ontdekking en zijn nu toe aan een pint en voedsel. We kiezen Restaurant “La Realda” en zijn verheugd over de menu van 12,5€.
We verlaten Albarracin en gaan op zoek naar de aquaduct die uitgehouwen is uit de rotsen, héél interessant en mooi. We rijden via Orihuela del Tremedal naar Peracense met zijn schitterende omgeving en rotsen die als schijven op elkaar liggen en we bezoeken het mooie kasteel San Ginés.
Het is al laat als we terugkeren richting Albarracin, maar zien in de bossen van Sierra del Tremedal op 1.650m een hier-blijven-we-vannacht-opportuniteit. Daar het nog steeds 28°C is in het dal en hierboven toch wat koeler, lijkt ons dat een super idee. Het blijkt een super overnachtingsplaats. Slaapwel…
Dag 7. Albarracin – Torla
2 Aug 2019
We rijden via Albarracin naar het leuke Teruel. De dunbevolktste Spaanse provinciehoofdstad bevindt zich aan de samenvloeiing van de rivieren Guadalaviar en Alfambra en heeft een typisch landklimaat (koude winters en droge, warme zomers). De stad is bekend om de productie van de Jamón Serrano, die een eigen denominación de origen (herkomstaanduiding) heeft, Seranoham is een beschermd Europees streekproduct.
Maar wij willen Teruel vooral bezoeken om haar mudejar kunst (Moors-christelijke bouwstijl), die door de UNESCO erkend werd als Werelderfgoed. Eerst bezoeken we de schitterende Teruel Mudéjar Towers en daarna de Escalinata del Ovalo, een prachtige trap (143 treden) met mooie lantaarns, mooi tegelwerk en een ingewerkte fontein. Prachtig!
We wandelen verder rond in Teruel, gaan een terrasje doen en genieten van deze leuke stad.
We rijden in 3u30 naar Torla, de toegangspoort van het Parque nacional de Ordesa y Monte Perdido. Hoe meer we het park naderen, hoe ruiger en duidelijk groener het landschap wordt. Het hooggebergte is indrukwekkend, met pieken van kalksteen die zich tegen de hemel aftekenen. Als we aankomen in Torla gaan we eerst wat info verzamelen i.v.m. het Nationaal Park. In de zomermaanden mogen privéwagens het park niet betreden. Parkeren moet je op de mix parking in Torla en dan per shuttlebus naar Pradera de Ordesa. Wij parkeren ons dus nu al op die parking, normaal is overnachten niet toegestaan, maar bij navraag in het Office de Tourisme blijkt dat het oogluikend wordt toegestaan. Er staan hier ondertussen ook al zeker 60 campers.
We eten iets in de camper en doen nog een terrasje. Bij het terugkeren worden we nog uitgenodigd door onze camper-buur om een glas wijn te gaan drinken. Toffe mensen en na een paar uur verhalen vertellen gaan we maar slapen. Morgen willen we een vroege start…
Dag 8. Torla – Ordesa y Monte Perdido – Torla – Ainsa
3 Aug 2019
We zijn vroeg wakker en na een stevig ontbijt wandelen we tegen 7u naar de shuttlebus. De bus vertrekt aan het Office de Tourisme aan de mix parking. We kopen ons busticket, 4,5€/pers/retour aan de kiosk voor het Office de Tourisme. We hoeven niet lang te wachten (elke 20′ is er een bus) en een half uurtje later staan we aan Pradera de Ordesa klaar om aan onze 19km lange wandeling (de De Faja de Pelay genoemd) naar Cola de Caballo te beginnen. Vanaf de parking in Ordesa lopen we de vallei in en gaan daarna meteen naar rechts. We steken de brug over de Rio Arazas over en volgen de Senda de los Cazadores. Hier start de steile klim, we moeten ongeveer 800m hoogte overwinnen. Gelukkig is het nog vroeg en niet te warm en klimmen we door het bos. Als we na een kleine 2u boven geraken nemen we de afslag naar links en zijn nu op de Faja de Pelay. Een beetje verder zijn we aan de Mirador de Calcilarruego met een fenomenaal uitzicht want we kijken recht op de Circo de Cotatuero, we zien de ingang van de Ordesa kloof en de eerste toppen van de Sierra de Tendenera. We vervolgen onze de weg en dalen langzaam verder af, begeleid door geweldige vergezichten. Nu zien we ook het uiteinde van de Ordesa kloof met de Monte Perdido, 3355m hoog in het midden. De Monte Perdido is de 3e hoogste piek in de Pyreneeën. We lopen nu naar beneden door tot de Circo de Soaso op het einde van de vallei, met de waterval, Cola de Caballo. We rusten wat uit en eten onze meegebrachte lunch op met een schitterend uitzicht op de waterval.
We keren daarna terug naar Pradera de Ordesa via de dal-weg langs de Rio Arazas, op een aantal plaatsen dalen we af tot aan de rivier, met fantastische zichten op de watervallen.
Na een volle 7u zijn we terug op onze startplaats. We drinken een dikke pint aan het café en nemen de bus terug naar Torla. We beslissen hier niet te overnachten, maar naar het 50km verdere Ainsa te rijden, daar is een camperparking en we betalen 0,5€/u tot 21u. De nacht is gratis tot 11u.
Aínsa is uitgeroepen tot kunsthistorisch monument en is de hoofdstad van de streek Sobrarbe. Er is een modern gedeelte met winkels aan de rivier en een oud centrum dat op de heuvel gebouwd is. De architectuur van het middeleeuwse oude centrum is het meest onvervalste en daardoor een van de mooiste plekken in Pyreneeën van Aragón.
We verkennen het historisch stadje en zijn vooral gecharmeerd door de Torre del Homenaje, de romaanse kerk Santa María en de Plaza Mayor, het grote plein. We zoeken ons een tafeltje aan het Plaza Mayor bij Restaurante “Bodegon de Mallecan”. We bestellen erde plaatselijke specialiteit, Ternasco de Aragon (lamsschouder). Het eten is schitterend, maar de rekening ook. Er worden allerhande taksen bijgeteld…
We doen nog een avondwandeling en gaan dan maar slapen. Het is nog steeds 28°C.
Dag 9. Ainsa – Benasque
4 Aug 2019
We verlaten Ainsa en rijden via de mooie A2205 naar het prachtig gerestaureerde middeleeuws dorp Alquézar gelegen op een rotsige heuvel naast de rivier Vero. Het pittoreske dorpje is tot kunsthistorisch monument uitgeroepen.
We laten onze camper achter en na een bezoek aan het Tourist Office gaan we te voet de oude dorpskern binnen. Door de smalle, steile straatjes voelen we ons precies terug in de middeleeuwen. De huizen zijn voornamelijk gemaakt uit steen en hout en die traditionele bouwstijl is karakteristiek voor het gebied de Somontano.
We bezoeken het 11de eeuwse klooster Colegiata de Santa María, de kerk Colegiata Santa María en natuurlijk het Plaza Mayor. We gaan eten bij Bar Villacantal Alquézar en worden er héél goed ontvangen. We eten er voor de eerste keer een platos combinados en het valt reuze mee (en dat voor 8€/pers).
In de namiddag rijden we terug, via Ainsi, naar Benasque, terug naar het hart van de Pyreneeën. Er is een camperparking, maar het is een nogal gesofisticeerd systeem. We moeten eerst online registreren bij http://reservas.benasque.es/ en betalen dan 10€/nacht per creditkaart. Daarna via de app de slagboom openen. We doen alles en de slagboom opent, maar we staan maar met een paar campers binnen de zone en er wel 50 buiten. We denken niet dat dit systeem goed gaat werken, veel te omslachtig.
We doen nog een lange wandeling in het mooie Benasque en gaan dan maar slapen, het was een lange dag.
Dag 10. Benasque – Cerler
5 Aug 2019
Vanuit Benasque rijden we via Cerler naar Ampriu – Cerler via de mooie A-2617. We kopen een ticket voor de stoeltjeslift (8,5€/pers/enkel) en gaan naar boven. Van daaruit stappen we naar de rotsige top van Pico de Cerler. Tof, maar moeilijk in de losse stenen. We keren dan te voet terug naar beneden en doen er toch een paar uur over.
In de late namiddag keren we terug naar Benasque en gaan winkelen. Er is daar een overvloed aan outdoor winkels en de prijzen zijn ook goed. Naderhand gaan we dineren bij Restaurant Bardanca en het is superlekker. We wandelen nog wat rond in het leuke en mooie Benasque en gaan dan maar slapen.
Dag 11. Cerler – Benosque – Saint-Vivien-de-Blaye (Frankrijk)
6 Aug 2019
Vandaag is onze laatste dag in Spanje en we willen nog een mooie wandeling maken in de Pyreneeën vooraleer we naar Frankrijk vertrekken.
We rijden met onze camper naar de parking bij Hospital Benasque. Daar wordt de weg afgesloten en moeten we met de shuttlebus verder. Maar als we aankomen zijn ook die parkings al overvol. We willen niet wandelen op overvolle paden, dus beslissen we iets anders te doen en we keren een beetje terug. We hadden onderweg gezien dat er bij Camping de Senarta een parking was en dat we van daaruit een trekking kunnen doen.
We parkeren ons en wandelen de rivier af tot aan Embalse de Paso Nuevo. We blijven hier tot na de middag en genieten van het uitzicht.
We keren nu terug naar Benasque, kopen nog wat voedsel op de markt en vertrekken naar Frankrijk.
We gaan langzaam terug naar huis keren maar onderweg nog genieten van onze laatste 4 dagen aan de Atlantische kust aan het Ile d’Olèron in Frankrijk. Dan kunnen we daar tot de laatste dag blijven en van daaruit de 600km in een halve dag afrijden.
We verlaten Benasque en rijden via de N260 en dan de N230 langs Viella de Val d’Aran binnen. Na de Val d’Aran rijden we zo Frankrijk binnen en onze tocht vandaag eindigt in St-Vivien-de-Blaye, een 2-tal uur rijden van Ile d’Olèron.
Dag 12. Saint-Vivien-de-Blaye – Dolus-d’Oléron
7 Aug 2019
Na 2u rijden staan we aan de tolvrije brug die Ile d’Oléron verbindt met het vasteland. Het eiland Oléron is het grootste eiland aan de Franse Atlantische kust en na Corsica het grootste van gans Frankrijk. De bewoners zijn vooral actief in de visserij, de oesterkweek, de wijnbouw en het toerisme.
We parkeren ons langs de kant van de weg in Le Chateau d’Oleron en bezoeken de stad. Het is hier schitterend weer en we gaan een terrasje doen. Daarna verkennen we de citadel en als het eb wordt gaan we foto’s maken bij de visserscabines terwijl de oestervissers voorbij varen naar hun oesterbedden.
We gaan mosselen met friet eten bij een lokaal restaurantje en verplaatsen ons dan naar Saint-Georges d’Oléron met z’n kleine omliggende dorpjes als Chaucre, Domino, Boyardville. Als we de mooie kerk van Saint-Georges d’Oléron bezoeken worden we nog getrakteerd op een concert van piano en cello.
Onze volgende bestemming is Saint-Denis d’Oléron waar de 46 meter hoge vuurtoren Chassiron staat. We wandelen langs de klifjes en het strand maar het is ons hier te druk en laten de vuurtoren na een uurtje voor wat hij is.
De Camperplaats Car le Moulin is volzet, maar als we naar de camperplaats van Dolus d’Oléron rijden is die praktisch leeg. We betalen 6€/24u, vinden een prachtige staanplaats en zitten nog een paar uur te genieten in het zonnetje.
Dag 13. Dolus-d’Oléron – Brouage
8 Aug 2019
We hebben heerlijk geslapen en het is al 9u als we wakker worden. We ontbijten en gaan de markt van Dolus d’Oléron bezoeken. Het is niet zo speciaal en na een koffie verlaten we de stad. We rijden naar Saint-Pierre d’Oléron, leuk met z’n voetgangerszone. We bezoeken de marché couvert en het water komt ons in de mond van al dat lekkers. We verplaatsen ons naar Fort Royer om de Oyster Site te bezoeken en gaan oesters eten met fles lokale witte wijn “Grains de Coquette”.
We rusten wat uit en rijden via de brug naar het vasteland. We rijden naar Bourcefranc-le-Chapus om Fort Louvois te bezoeken. We hebben gewacht tot het eb was, zodat we te voet de oversteek naar het Fort kunnen doen.
Na het bezoek rijden we naar Brouage, een prachtige vestigingsplaats die destijds direct aan de Atlantische kust gebouwd was, maar in de loop der eeuwen kwam het steeds meer landinwaards te liggen. De sporen uit het verleden zijn nog erg goed zichtbaar. Zo staan de oorspronkelijke muren, inclusief wachttorens tot op de dag van vandaag nog fier overeind. Vanwege de pracht van dit plaatsje maakt Broage deel uit van de zogenaamde ‘Les Plus Beaux Villages de France’, de vereniging van de allermooiste dorpjes in heel Frankrijk.
We verkennen de kanalen (we zien veel ragondins of beverratten), wandelen gans het stadje rond en verkennen de vestigingswallen. We gaan dat iets eten bij Restaurant “Le Belle Epoque”. Terug heel lekker.
We blijven tot donker rondstruinen in Brouage en wandelen dan terug naar onze camper die een kilometer verder op een leuke plaats geparkeerd staat. Dat was onze laatste dag, morgen rijden we op ons gemakje huiswaarts.
Dag 14. Brouage – Bottelare
9 Aug 2019
We worden wakker door de regen die klettert op onze camper. We ontbijten en vertrekken maar naar huis, de hevige regen maakt het alleen maar gemakkelijker om de vakantie achter ons te laten.
Exact 7u later rijden we thuis onze oprit op, het einde van weeral een prachtig verlof!
































































































































































































