Italië
In Italië zijn 25 natuurgebieden uitgeroepen tot nationaal park. Italië mag zich gelukkig prijzen met zoveel verschillende natuurgebieden. Eentje is zelfs UNESCO Werelderfgoed, een onontdekt paradijs met fraaie zandstranden en grillige kustlijnen, een buitengewoon cultuurlandschap. In dit gebied zijn ook overblijfselen zien van twee grote steden uit de klassieke oudheid, Paestum en Velia. Ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt dus buitengewoon interessant.

NP Park Abruzzo
Nationaal Park Abruzzen, Lazio en Molise is een nationaal park in Italië, in de regio’s Abruzzo, Lazio en Molise.
Het park werd opgericht in 1922 en is 496,8 vierkante kilometer groot. Het is het oudste nationaal park in de Apennijnen. Het landschap bestaat uit bergen en bossen (vooral beuk maar ook bergden, zilverberk en zwarte den). De beukenbossen van Val Cervara, Selva Moricento, Coppo del Principe, Coppo del Morto en Val Fondillo maken sinds 2017 deel uit van het Unesco-Werelderfgoed Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio’s van Europa. In het park komen grote zoogdieren voor zoals Marsicaanse bruine beer (Ursus arctos marsicanus) (de volledige resterende populatie leeft in het park), wolf, abruzzengems (Rupicapra ornata), ree, edelhert, wild zwijn, vos, lynx, das, steenmarter, wilde kat. Vogelsoorten zoals steenarend, havik, slechtvalk, buizerd, torenvalk, bosuil, steenpatrijs en witrugspecht leven ook in het park. Er komen ook meer dan 2.000 soorten planten voor

NP Alta Murgia
Nationaal park Alta Murgia is een nationaal park in Italië, gesticht in 2004. Het ligt in de Zuid-Italiaanse provincie Bari (regio Apulië) met het hoofdkantoor in Gravina in Puglia. De oppervlakte bedraagt 677,39 vierkante kilometer.
De vegetatie bestaat uit (dwerg)bomen, heide en graslanden, kenmerkend voor een Zuid-Europees ‘scrubland’, en daarnaast uit verschillende soorten schimmels, korstmossen en mossen. Er zijn 500 plantensoorten aangetroffen, oftewel 25% van de nationale flora.
Het gebied is archeologisch de moeite waard, onder andere door het voorkomen van speciale onderkomens voor herders. Bovendien is het gebied vindplaats van de ‘mens van Altamura’, een menselijk skelet dat goed geconserveerd is en 150.000 jaar oud is.

NP Appennino Lucano
Nationaal park Appennino Lucano Val d’Agri Lagonegrese is een nationaal park in de regio Basilicata in het zuiden van Italië.
Het park, dat in 2007 is opgericht, beslaat een oppervlak van 689,96 vierkante kilometer en is een van de jongste nationale parken in Italië. Het omvat een groot deel van de Lucanische Apennijnen en is rijk aan bossen. In de lager gelegen delen bestaan deze vooral uit donzige eik, haagbeuk, en essoorten. In de hoger gelegen delen bestaat de bosvegetatie voornamelijk uit moseik en beukensoorten gemengd met hulst, esdoorn, gewone zilverspar en fijnspar.
Het park bevat verschillende natuurlijke habitats met een diversiteit aan diersoorten, waaronder zoogdieren als het gewoon stekelvarken, de Europese haas en het everzwijn; vleesetende zoogdieren, als bunzing, wilde kat, otter, vos en wolf.

NP Appennino Tosco-Emiliano
Het park omvat het berggebied tussen de Cisapas en de Forbicipas. Beboste bergkammen scheiden Toscane van Emilia. Het nationaal park ligt niet ver van de Cinque Terre en Nationaal park Foreste Casentinesi, Monte Falterona, Campigna.
Het gebied wordt gedomineerd door de toppen van Alpe di Succiso, Monte Prado en Monte Cusna (meer dan 2.121 m hoog), meren en bergweides. In Emilia domineert de Pietra di Bismantova het landschap met zijn verticale wanden (type inselberg). In het Nationaal Park Appennino Tosco-Emiliano komen diverse landschapstypen voor, van graslanden tot blauwe bosbessenheidegebieden om de moeilijk toegankelijke toppen en meren, watervallen en rivieren tussen rotswanden. Wilde dieren zoals de wolf, de moeflon, de Europese ree, de steenarend en vele zeldzame planten komen in het park voor.

NP Toscaanse Archipel

NP Asinara
Het park is het gehele jaar geopend. Men kan het park per boot bereiken vanuit Porto Torres en Stintino. Het park is ingesteld als nationaal park in 1997. Het heeft een oppervlakte van 5170 hectare land. Ook maakt 21.790 hectare zee deel uit van het park.

NP Aspromonte
Het park werd opgericht in 1989 en is 641,53 vierkante kilometer groot. Het park is ontstaan uit het zuidelijke deel van het voormalige Nationaal park Calabrië dat bestond sinds 1968. Het landschap bestaat voornamelijk uit bergen en bos (tamme kastanje, beuk, gewone zilverspar en zwarte den). In het park leven diersoorten als wolf, vos, wilde kat, everzwijn, das, otter, marter, wezel en vogelsoorten als havikarend, steenarend, sperwer, havik, wespendief, slechtvalk, buizerd, slangenarend, oehoe, bosuil. Aspisadder, vierstreepslang, ringslang, brilsalamander, geelbuikvuurpad, boomkikker, beekforel, heldenbok, alpenboktor en neushoornkever komen ook voor in het nationaal park. Er bloeien maquisplanten zoals oleander.

NP Cilento
Het gebied van het nationale park is een van de grootste van Italië, niet inclusief al de gemeenten in het gebied van Cilento en Vallo di Diano. Het is inclusief de Kust van Cilentana en het centrale bosgebied in Pruno.

NP Cinque Terre
Behalve de vijf dorpen aan de kust, Vernazza, Corniglia, Manarola, Riomaggiore en Monterosso, heeft het een dicht begroeid binnenland en heldere zee. Vanaf de veelbelopen wandelpaden op de hellingen heeft men doorlopend uitzichten. Behalve het land is ook de zee hier beschermd, dit deel beslaat ongeveer 30% van de totale parkoppervlakte. In het zuidelijkste deel van het park liggen twee kleine eilandjes Scoglio Grimaldo en Scoglio Ferale, in het noorden de Scoglio Gagiato.
Van de vijf dorpen mogen Vernazza, Manarola en Riomaggiore als de mooiste beschouwd worden. De plaatsjes hebben een spectaculaire ligging aan zee. Alle plaatsen zijn door een goed onderhouden wandelpad met elkaar verbonden. De tocht van Monterosso al Mare naar Vernazza is de zwaarste, de etappe van Manarola naar Riomaggiore is echter zeer eenvoudig. Dit deel van de wandeltocht voert over de Via dell’Amore. Onderweg passeert men een wand met daarop vele liefdesbetuigingen.

NP Circeo
Het landschap toont een grote verscheidenheid. In het park ligt onder meer een kilometers lang duinlandschap met plaatselijk een hoogte van 27 meter. Langs dit duin ligt een rij van vier kustmeren en vochtige gebieden die af en toe overstromen. Het in het park gelegen bos, ‘Selva di Circe’, is met 3300 ha een van de grotere Italiaanse (kust)bossen. Opvallend deel van het park is de ‘Monte Circeo’ of ‘Promontorio del Circeo’, een rotsmassief met een 541-meter hoge rots die door zijn vorm associaties oproept met goden, heksen en helden. Ook het 103 ha grote eiland Zannone behoort tot het park. Zannone is opgebouwd uit verschillende gesteenten, deels van vulkanische oorsprong, deels meer dan 200 miljoen jaar oud.

NP Dolomiti Bellunesi
Het Nationaal park Dolomiti Bellunesi ligt in de Italiaanse provincie Belluno (regio Veneto). Het park ligt ingeklemd tussen het dal van de rivier de Cismon in het westen en de Piave in het oosten. Even ten zuiden van het park ligt de bezienswaardige, historische stad Feltre. Het gebergte vormt een brug tussen de Alpen en Vooralpen en tussen het continentale klimaat en zeeklimaat.
In het park zijn verschillende landschappen te vinden zoals kalksteenwoestijnen en glaciale keteldalen in het zuidelijke deel, de Alpi Feltrine. Bijzonder fraai zijn de enorme hoogvlaktes Piani Eterni (5463 ha) en Schiara Occidentale (3172 ha) met hun vele grotten.
Bijna alle voor de Alpen kenmerkende diersoorten zijn hier vertegenwoordigd. Volgens de laatste tellingen telt het park onder andere 2000 steenbokken en 5 paren adelaars De laatste jaren is de lynx en de bruine beer na een lange afwezigheid weer in het gebied waargenomen. Wandelaars moeten uitkijken voor de giftige adders in het park.

NP Foreste Casentinesi
Het oude beukenbos van Sasso Fratino maakt sinds 2017 deel uit van het UNESCO-Werelderfgoedgebied «Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio’s van Europa».
Een bezienswaardigheid is de waterval van het riviertje de Acquacheta, die een val van 70 meter maakt. De bronnen van de rivieren Tiber en Arno liggen beide in het Toscaanse deel van het park.
In het park komen onder meer zoogdieren voor als het edelhert, damhert, ree, wild zwijn, wolf, das, steenmarter en vos en broeden er vogels als steenuil, bosuil, oehoe, cirlgors en steenarend.

NP Gargano
Het park omvat een grote verscheidenheid aan milieutypen: rotskusten, graslanden, maquis, valleien en verschillende typen bossen. Het park is echter vooral van belang vanwege de ‘wetlands’, waterrijke milieus zoals moerassige vegetaties, brongebieden, riviermonden en meren. Deze vormen het leefmilieu voor veel diersoorten, en zijn onder meer van groot belang voor trekvogels. In het park liggen de naamgevende berg Monte Gargano, de Tremitische Eilanden en ook het bosreservaat Foresta Umbra, dat sinds 2017 deel uitmaakt van het Unesco-Werelderfgoed Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio’s van Europa.

NP Gennargentu
Het park omvat verschillende milieus, zoals weilanden, rotsen, ravijnen, valleien, bossen, stranden en steile kliffen.
Er zijn een aantal bijzondere plekken in het park. Zo is er de Supramonte, een uitgestrekt kalksteenplateau op en hoogte van 1.463 m. met de Punta Corrasi en een oppervlakte van 21.000 hectare en de Gola di su Gorropu-kloof, een van de diepste van Europa, met indrukwekkende meer dan 400 meter hoge wanden. Vermeldenswaar id ook de Golf van Orosei, een 40 km lange kuststrook met uitzonderlijke rotsen, kreken, estuaria en grotten zoals de beroemde Grotta del Bue Marino.
Zoogdieren in het park zijn moeflon, damhert, edelhert, wild zwijn, Sardijnse wild zwijn, vos, marter, egel en haas. Een van de endemische diersoorten is de vlinder Corsicaanse koninginnenpage. Roofvogels in het gebied zijn de steenarend, havik, slechtvalk, buizerd, sperwer en Eleonora’s valk. De Sardijnse beeksalamander, een endemische salamander, leeft in beken met schoon water.

NP Gran Sasso
Het massief van de Gran Sasso is rijk aan uitgestrekte bergweiden, die vooral in de vroege zomer uitbundig bloeien. In de hoogste regionen van het park komen planten voor zoals het zeldzame edelweiss. De hellingen van het Lagagebergte zijn voornamelijk met bossen bedekt.

NP Gran Paradiso
De hoogste top van het gebied is de gelijknamige 4061 meter hoge Gran Paradiso. Het gebied omvat verschillende dalen die bijna allemaal in noord-zuid richting lopen.
Gran Paradiso was het laatste gebied waar de alpensteenbok in het wild voorkwam, totdat het dier weer in andere natuurgebieden in de Alpen werd uitgezet. Ook komen er in het gebied gemzen voor.
Op de grens met Frankrijk grenst het park aan het Parc national de la Vanoise. In 1972 zijn beide landen een samenwerkingsverband aangegaan en beide parken beslaan nu samen een oppervlakte van 1250km².

NP La Maddalena-archipel
De voor mediterrane kuststroken kenmerkende maquis vegetatie wordt gedomineerd door soorten als jeneverbes, mirte, heidesoorten, brem, zonneroosje en euphorbia. Behalve voor de zeefauna is het park van belang voor nestelende zeevogels, waaronder de Audouins meeuw en de kuifaalscholver.

NP Majella
Het park werd opgericht in 1991 en is 628,38 vierkante kilometer groot. Het landschap bestaat uit bergen en bossen (vooral beuk maar ook bergden, zilverberk en zwarte den). De hoogste top is de Monte Amaro (2793 m). Het nationaal park omvat het kalkstenen Majella-massief, Morrone, Porrara, Monti Pizzi en karstvlakten daartussenin. In het park komen 150 diersoorten voor (waaronder de Apennijnse wolf) en 2100 plantensoorten.

NP Monti Sibillini
Het landschap bestaat uit bergen, bossen en (hoog)vlaktes (Pian Grande, Pian Piccolo, Pian Perduto). De hoogste top is de Monte Vettore (2476 m). In het Lago di Pilato-meer komt een endemische kreeftensoort voor. Op de hoogvlakte van de Piano Grande/ Pian Grande rond Castelluccio bloeien in de lente allerlei bloemen (orchideeën, lelies, narcissen en asters).
Daarnaast kent het gebied bergen met alpiene planten, watervallen en grotten. Ook edelweiss en de gentiaan komen plaatselijk voor. Bij de fauna komen onder meer de wolf, de havik en de steenarend voor.

NP Pantelleria
Het eiland is van vulkanische oorsprong en dit tekent het landschap. Overal is lava, en op veel plaatsen zijn vulkanische pieken met La Montagna Grandeis als hoogste berg (836 m). Typisch zijn de Dammusi, huizen gemaakt van lavasteen die door hun kleur nauwelijks opvallen. De vorm maakt ze geschikt om water op te vangen en warmte te keren. “Lo Specchio di Venere” is een vulkanisch meer, gevoed door warme bronnen. Ook de kust is vaak grillig met hoge kliffen en grotten.
De vulkanische oorsprong van het eiland – met ruim een eeuw geleden de laatste uitbarsting – heeft als gevolg dat de flora en fauna van recente datum zijn. Een deel van het land is in cultuur gebracht, met name voor wijnteelt en daarnaast onder meer voor de teelt van kappertjes. Het eiland kent naast pijnbomen, steppeachtige vegetaties en een maquisvegetatie.
Er komen ruim 550 soorten planten voor en bovendien veel paddenstoelen. Daarnaast zijn er op het eiland eetbare wilde kruiden zoals rozemarijn, gghira, sarvàgghia en bburrània,
De aan eilanden eigen isolatie heeft tot speciale diersoorten of -rassen geleid. Zo zijn er een beroemde ezel (de ezel van Pantelleria) en een geitenras.

NP Pollino
Het park werd in 1992 opgericht en bevat zowel natuurlijke als archeologische bezienswaardigheden. Het symbool van het park is de Bosnische den. Dit natuurgebied is de enige plek in Italië waar de Bosnische den nog groeit. Het beukenbos van Cozzo Ferriero maakt sinds 2017 deel uit van het Unesco-Werelderfgoed Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio’s van Europa. Plaatsen met interessante bezienswaardigheden gelegen in dit park zijn Rotonda, Castrovillari, Morano Calabro, Laino Castello, Mormanno, Scalea, Papasidero, Civita en Cerchiara di Calabria. Albanees sprekende gemeenschappen zijn te vinden in San Paolo Albanese, San Costantino Albanese en vele anderen.
Rivieren en beken in dit gebied zijn de Lao, Sinni, Coscile en Raganello. Er zijn verscheidene soorten bomen en dieren te vinden in dit park. Belangrijke boomsoorten die in het park gevonden kunnen worden zijn onder andere de gewone zilverspar, de beuk, de Bosnische en zwarte den en de Venijnboom. Diersoorten die aangetroffen kunnen worden zijn de steenarend, Europese wolf, Europese ree, zwarte specht, slechtvalk, rode wouw, lannervalk, bosslaapmuis, aasgier, Europese otter en het hert.

NP Sila
Het park werd opgericht in 1997 en is 284,54 vierkante kilometer groot. Het park is ontstaan uit het noordelijke deel van het voormalige Nationaal park Calabrië dat bestond sinds 1968. Het landschap bestaat voornamelijk uit bergen, heuvels en bos (beuk, gewone zilverspar en zwarte den, Corsicaanse den in het Fallistro-reservaat). De hoogste toppen zijn Monte Botte Donato (1928 m) in deelgebied Sila Grande en Monte Gariglione (1764 m) in deelgebied Sila Piccola. In het park leven diersoorten als wolf, vos, wilde kat, das, relmuis, marter, wezel, ree, edelhert, everzwijn, haas. Vogelsoorten als sperwer, buizerd, havik, rode wouw komen ook voor in het park. Onder de reptielen en amfibieën zijn Vipera, geelgroene toornslang, vierstreepslang, brilsalamander, vuursalamander en boomkikker te vinden in het nationaal park. Er bloeien meer dan 900 planten, waaronder Calabrische kwastjesbloem en kaasjeskruid.

NP Stelvio
Het park is geliefd bij bergwandelaars vanwege de ongerepte natuur en het grote aantal gemarkeerde wandelingen (totaal 1000 kilometer). Het gebergte is voorzien van een flink aantal berghutten. Aan de rand van het Stelviopark liggen een aantal wintersportplaatsen waarvan Bormio en het belastingvrije Livigno de belangrijkste zijn.
Met behulp van een aantal bergpassen kan men vrij gemakkelijk tot diep in het bergland doordringen. Twee passen behoren tot de hoogste van Europa; de Stelviopas en Gaviapas overschrijden ruimschoots de 2500 metergrens.

NP Val Grande
In vroeger tijden werd het gebied meer door mensen bevolkt, tegenwoordig ligt er maar een echt dorp binnen de parkgrenzen: Cicogna. Wandelaars zullen in het gebergte nog veel resten van bewoning tegenkomen zoals vervallen huizen en overwoekerde wegen. Het gebergte is niet bijzonder hoog, maar wel bijzonder steil en woest. Hierdoor is het territorium moeilijk toegankelijk.
Vanwege de rust en verlatenheid van het gebied gedijen veel dieren goed in de zone. Tot de fauna van het park behoren onder andere: ree, hert, steenbok, vos, steenmarter, das, wezel, relmuis, koningsadelaar, slechtvalk, bergfrancolijn, oehoe, zwarte specht, witte boszanger en adder.

NP Vesuvius
Wat betreft de fauna zijn de dichte bossen op de hellingen van de Monte Somma interessant. Hier leven onder andere de vos, diverse slangensoorten, relmuis, bosuil en de Groene kikker. In het park zijn 612 plantensoorten te vinden waaronder 23 orchideeën soorten. Typisch voor het gebied is de fel gele brem die hier in de lente uitbundig bloeit.